Hoofdzaken of bijzaken, that is the question!

Om iets te bereiken moet je een doel stellen. En wie wil dat niet; iets bereiken. Dus stellen we doelen. Iedere dag weer stellen we nieuwe doelen. Grote, kleine, ver weg en dicht bij, alleen, samen met iemand of juist met een hele groep. Luidkeels uitgesproken of stiekem stil gehouden. We evalueren die doelen ook. Zijn ze gehaald, of (nog) niet? Als wel, kan het dan beter, sneller of niet? Als niet, wat moeten we doen om het wel te halen? Iets leren, of juist iets afleren? Iets veranderen of bijstellen? Iets kopen? We kunnen er hele dagen, weken, maanden jaren, ja, een heel leven mee vullen. De processen in ons leven lijken het gestelde doel te dienen, of dient het doel toch het proces?

‘Wat is jouw doel?’, vroeg iemand me enkele weken gelden in tram 9, richting Centrum, hartje zomer in Amsterdam. We bespraken een beetje losjes mijn plan om nog geen maand later samen met mijn vrouw in een oude legerbus te gaan wonen en de wereld over te reizen. Voor een onbepaalde tijd en met een nog onbepaalde eindbestemming. De bus stond al op de boot en de boot was de haven van Antwerpen net uit. Ik had zojuist mijn laatste ‘kledingstukken-die-niet-buswaardig-zijn’ weggegeven aan een vriendin en probeerde het los-laten van gehecht zijn aan die fantastische sneakers fanatiek uit op de rest van mn weggegeven kledingkast. Een huis, auto, motor of bed bezaten we niet meer. Mn CD collectie had ik maanden daarvoor al los gelaten, zo vond ik. Dat ik die gesigneerde Spearhead CD nog steeds tussen mn ‘spullen voor in de bus’ (zonder CD speler) had verstopt, liet ik voor het gemak even buiten beschouwing.

Wat is jouw doel? Een heel invoelbare vraag en zeker niet de eerste keer dat iemand me die vraag stelde. Nou daar had ik intussen wel een antwoord op. “Kijk”, sprak ik met de serieuze frons alsof ik de het al helemaal op een rijtje had, “als kinderen spelen en je kijkt ernaar, dan moet je vaak automatisch een beetje glimlachen en vind je t over t algemeen een vrolijke aangelegenheid. Dat komt omdat spelen eigenlijk geen doel voor ogen heeft anders dan het spelen zelf. Maar als we er een doel aan verbinden, zoals een punt halen, snel een truckje leren, een lastige vaardigheid verwerven of simpelweg de ander verslaan, dan heet het geen ‘spel’ meer, maar ‘wedstrijd’ en als we er dan naar kijken verandert de glimlacht vaak snel in een frons en wordt het een ‘serieuze aangelegheid”.
Ik keek trots naar mn gesprekspartner. Zo, dat had ik er in 1 keer eruit gefloept. “Makes sence”, was zijn antwoord, “maar wat is nou jullie doel? Is het doel dat je geen doel hebt? Probeer je dat te zeggen?” “Zoiets”, sprak ik licht geïrriteerd over de eenvoudige doeltreffendheid van zijn samenvatting. Ik had weer eens te veel woorden nodig voor het maken van een punt, daar moest ik toch eens vanaf, stelde ik mezelf onbewust tot doel.

Een leven zonder een doel, kan dat wel? Of beter, kan ik dat wel? Na vier weken in de bus, midden in Quebec, Canada betrapte ik me erop dat ik me dat hardop was gaan afvragen. We spraken er inmiddels dagelijks over. Spelen lijkt zo’n mooie staat van zijn en het stellen van een doel doorbreekt die beweging direct, of niet? Het stellen van doelen is over de jaren een automatische gedachte handeling geworden, kom ik achter. Iedere dag begint en eindigt met het stellen van een doel. Door de dag heen passeert een eindeloze reeks aan doelen de revue. ‘Hoe stop ik deze stormvloed aan doelen in mijn hoofd in hemelsnaam!’, was na nog geen vier weken bus-leven mijn wanhoopskreet. We reden ergens tussen de oversteek van de Saint Lawrens River en de stad Quebec, met uitzicht op de eindeloze hoeveelheid aan dennenbomen die prachtig Canada rijk is. Vanaf de bijrijders stoel kreeg ik met een grijns de feedback dat ik ‘als psycholoog toch zou moeten weten hoe’. Nu was de frustratie compleet.

Het stellen van een doel en het dealen met noodzakelijk kwaad, werd mijn eerste onderscheid. Wanneer de tank bijna leeg is moet ik mijzelf immers tot doel stellen een pompstation te vinden, zodat we de reis weer kunnen voortzetten. Wanneer het water op is in zullen we het moeten aanvullen, het toiletje legen, brrrrr. Zo kent het reizen in een bus meer van die dagelijks terugkerende ‘noodzakelijk kwaad’-doelen. Laten we dat type doelen eens buiten beschouwing laten, was mijn eerste idee. Maar toen herinnerde ik me ineens iets wat mijn vrouw me tijdens een lokaal biertje onder de heldere sterrenhemel van Nova Scotia met een wat poëtische toon in haar stem zei. “Weet je”, sprak ze ontspannen uit, “wat ik nu al zo fijn vind aan leven in deze bus?” De cliffhangers die zij kan inbouwen in praktisch ieder gesprek zijn werkelijk indrukwekkend. “Hoofdzaken worden weer hoofdzaken en bijzaken worden weer bijzaken”, ik bleef even stil. Het was me ineens volslagen helder. Zo simpel, zo eenvoudig en toch zo alles omvattend.
Doelen stellen is 1 ding, hoe belangrijk ik die doelen vervolgens in mijn hoofd maak is een heel ander verhaal. Een doel is slechts een gedachte waarbij ik zelf de keuze heb of ik deze betekenisvol maak door er gewicht aan te hangen. “Als ik dit doel niet haal dan faal ik en dan ben ik een loser” “Als ik mezelf niet onder druk zet om doelen te halen dan komt er niets van mij terecht” “Ik ben een sukkel als ik dit niet kan/win/doe/weet”. Welke doelen dienen de hoofdzaken en welke dienen de bijzaken? Wat maak ik belangrijk in mijn leven en wat niet?

Het is als een heliumballon aan een steen. De gedachte is de ballon en de steen de betekenis die we eraan geven.  Zonder steen verdwijnt de ballon snel in het luchtledige en uit het zicht. De gedachte kan komen en gaan, wij gevende betekenis aan en richten aandacht op wat we belangrijk vinden. Wat we als waardevol ervaren wordt belangrijk, de rest is bijzaak. Dit kan in een dag, een week of een levensfase verschillen. Het leven in een bus maakt basale zaken als eten, wassen, plassen, warmte en licht weer tot hoofdzaak, iets wat ik in Amsterdam als bijzaken zag. Het was er gewoon, dus hechtte ik er geen waarde meer aan. Nu moet ik er iedere dag iets mee en staan veel doelen die ik stel en belangrijk maak in het teken hiervan. Anderzijds, de Parkmobile app die ik Amsterdam als eerste levensbehoefte heb beschouwd, mocht ik wel eens van mijn telefoon verwijderen, alleen maar onnodige ruimte innemend!

Dit geven is eigenlijk een basis principe in de psychologie. Ze had niet alleen gelijk wat betreft de hoofd-en bijzaken, ik had dit als psycholoog inderdaad moeten weten. “Als ik dat  voor mezelf niet eens wist toe te passen, wat was ik dan voor nep-psycholoog!”, concludeerde ik voor het gemak. Bijna zou ik uit pure schaamte het doel om mezelf weer eens even goed bij te spijkeren heel erg belangrijk maken… Wat me restte was deze conclusie als de schaamte en het doel als een heliumballon in de lucht te laten wegvliegen tot het uit het zicht verdween.

Zoals altijd makkelijker gezegd dan gedaan…

Previous Post Next Post

Comments

Add Your Comment
    • Jenny
    • 8 augustus 2018
    Beantwoorden

    Hoi Susanne, ik was super benieuwd naar jou blog en ben meteen naar je website gegaan. Wauw was mijn eerste reactie! Het eerste wat ik zag was een foto met een trap naar de wolken, en begon meteen je verhaal te lezen. In je verhaal laat je zo goed zien dat gedachtes zo sterk kunnen zijn. Ik hoop dat je door gaat met je blog, het is veel waard. Het geeft heel veel inzicht, voor jezelf maar ook zeker voor mij. Tot snel!

    • Peter Kaandorp
    • 8 augustus 2018
    Beantwoorden

    Een mooi verhaal Susanne. We blijven zo een beetje op de hoogte van wat er allemaal in jullie hoofd(en) afspeelt.
    Veel succes met jullie reis door het leven.
    Dikke knuffel van Nel en mij.
    Peter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *